Iemand écht zien
- Elke Hermans
- 14 nov 2025
- 2 minuten om te lezen
29 augustus 2025
Vandaag was het zover, zeven weken na mijn operatie, mijn eerste afspraak bij een bandagiste. In het ziekenhuis was dit niet gelukt en een voorlopige prothese heb ik niet gebruikt.
Amai, een volgende realiteitscheck! Die borst komt niet meer terug, ook het gevoel erin niet. Op dit moment is het een groot litteken en staat er nog veel spanning op. Ik merk wel dat ik mij er niet voor schaam, zo’n bandagiste heeft dit al wel meer gezien.
Een prothese gaan passen. Ik weet niet wat mij te wachten staat. Bestellen hoeft blijkbaar niet, je kan ze ineens mee naar huis nemen. De prothese bleek alleen maar deel één te zijn. Je hebt natuurlijk ook nog een BH nodig.
Hier was ik niet op voorbereid. In een apotheker waar een thuiszorgwinkel aan is, BH’s passen? Gezellig shoppen was het niet, ook al deden ze hun best om de lingerie-afdeling er als een echte winkel te laten uitzien. Met zo’n stuk of zes rollators ernaast en mensen die medisch materiaal kwamen afhalen of terugbrachten, maakte het toch heel confronterend voor mij.
Ook de vraag of ik een voorschrift voor de lingerie bij had: “want dan hoef je maar 6% BTW te betalen i.p.v. 21%”, hielp er niet echt aan.

Wassen met water en zeep
De technische uitleg aan de kassa, deed er nog een schepje bovenop: “’s Avonds leg je de prothese best in het doosje en ongeveer 1 keer per week was je ze best eens met wat water en zeep. Binnen een jaar heb je recht op een tweede, daarna om de twee jaar.” De badagiste legt ook nog uit wat ik moet doen als ze plakkerig begint aan te voelen.
Een super lieve dame hoor, maar zo technisch en eigenlijk zoals een BH-verkoopster in een gewone winkel. Waarschijnlijk vanuit het idee om vrouwen met borstkanker “gewoon” te behandelen zoals een andere vrouw, maar ik was niet in een gewone winkel.
Ik had misschien wel graag eens gehoord of het wel ging met mij. Of de geruststelling gekregen dat als ik het mentaal even moeilijk zou krijgen, dat dat dan helemaal oké was.
Eénmaal thuis pep ik mezelf terug op dat schoonheid vooral vanbinnen zit. Wie mij niet kent, zal vanaf nu niets meer aan mij zien. Met kleren aan ben ik terug “normaal”.



Opmerkingen