Eénmaal thuis pep ik mezelf terug op dat schoonheid vooral vanbinnen zit. Wie mij niet kent, zal vanaf nu niets meer aan mij zien. Met kleren aan ben ik terug “normaal”.
Tussen het snikken door, zie ik plots de heldere sterrenhemel. Wanneer ik stop met huilen, bedenk ik mij, dat ik elke keer ik zo’n heldere sterrenhemel zie, niet anders kan dan genieten … shine bright like a diamond.